Bij 21 mensen met ALS is de glucosetolerantie onderzocht en vergeleken met een controlegroep van 21 gezonde leeftijdgenoten.
Bij de mensen met ALS waren de bloedsuikerwaarden 120 minuten na het drinken van een suikeroplossing (orale glucose tolerantie test) hoger dan bij de controlegroep. Bij 33% van de ALS groep was er sprake van een gestoorde glucosetolerantie¹. Bij hen waren de bloedsuikerwaarden 60, 90 en 120 minuten na de gedronken suikeroplossing verhoogd. Dat gold ook voor de hoeveelheid vrije vetzuren in het bloed.
De gestoorde glucosetolerantie bij de ALS groep had geen relatie met de body mass index (BMI), debuut type (spinaal of bulbair), ziekteduur, de mate van beperkingen en spierverlies. Ook werd er geen relatie gevonden met andere factoren zoals een laag HDL cholesterol- en hoog triglyceriden-gehalte², die wel bij mensen zonder ALS gerapporteerd worden.
De glucose-intolerantie zou primair veroorzaakt kunnen worden door ALS of het secundaire gevolg kunnen zijn van het verlies van spiermassa of fysieke inactiviteit.
Bij ziekten in het algemeen is bekend dat insulineresistentie³ leidt tot hogere bloedsuikers en meer vrije vetzuren, waardoor het evenwicht van de glucosehuishouding verstoord raakt.
Mogelijk zijn er meerdere oorzaken voor de ontregelingen van het glucose-evenwicht bij ALS.
Nader onderzoek is nodig naar het energiemetabolisme bij ALS en naar eventuele behandeling met voedingstherapie of bloedsuikerverlagende middelen.
Coby Wijnen, diëtist
¹ De auteurs volgen de definities van het WHO: er is sprake van een gestoorde glucosetolerantie bij een nuchtere bloedsuiker lager dan 7.0 mmol/l en een bloedsuiker tussen 7.8-11.0 mmol/l twee uur na de orale glucose tolerantie test. Bij diabetes mellitus (suikerziekte) is de nuchtere bloedsuiker hoger dan 7.0 mmol/l of de bloedsuiker meer dan 11.0 mmol/l na twee uur.
² Een voldoende hoeveelheid HDL (hoge dichtheid lipoproteïnen) cholesterol heeft een beschermende invloed op hart- en vaatziekten. Triglyceriden zijn vetachtige stoffen die een risico vormen voor hart- en vaatziekten.
³ Insulineresistentie betreft een situatie waarin het lichaam minder reageert op insuline, waardoor het bloedsuikergehalte te hoog blijft.
