Epidemiologisch onderzoek naar risicofactoren voor ALS

Laatst bijgewerkt op 4 januari 2017

ALS Centrum Nederland doet epidemiologisch onderzoek om risicofactoren voor ALS te vinden. We proberen uit te zoeken wie er door ALS getroffen wordt en welke factoren in de leefstijl en omgeving daarbij een rol spelen, zoals blootstelling aan schadelijke stoffen en eetgewoonten. Tot nu toe zijn er maar twee risicofactoren herhaaldelijk in wetenschappelijk onderzoek bevestigd: Roken verhoogt het risico op ALS en het eten van vette vis verkleint het risico op ALS. 

Risicofactoren zijn genetische aanleg (DNA) en leefstijl- en omgevingsfactoren

Het risico voor ALS is waarschijnlijk een samenspel tussen erfelijke aanleg en leefstijl- en omgevingsfactoren. Het onderzoek van het ALS Centrum is er op gericht om elk van deze risicofactoren te vinden. Image source: UK genetics centre

Het ALS Centrum heeft een grote doorlopende studie naar risicofactoren: de prospectieve ALS-studie Nederland (PAN-studie). Deze studie is gestart op 1 januari 2006 en loopt door zo lang de oorzaak van ALS nog onduidelijk is. Het doel van de studie is om de risicofactoren in de omgeving en leefstijl voor ALS, PLS en PSMA te vinden. Zowel voeding, leefstijl (zoals beweging), blootstelling aan schadelijke stoffen en interactie met genetische aanleg worden onderzocht. Met behulp van alle ingevulde vragenlijsten hebben onderzoekers al veel analyses gedaan. Hieronder ziet u een overzicht van de resultaten van dit onderzoek.

Roken

Er is aangetoond dat roken een risicofactor is voor ALS. Dit bleek uit een eerste studie met alleen patiënten van het UMC Utrecht en uit de PAN-studie met een grotere groep patiënten. Roken is ook in meerdere internationale studies bevestigd als risicofactor voor ALS.

Alcohol

In de PAN-studie in een grote groep ALS-patiënten komt ook naar voren dat alcoholconsumptie risico verlagend is. Het (matig) gebruik van alcohol zou de kans om ALS te krijgen verkleinen. Deze bevinding wordt in internationale studies nader onderzocht.

Voeding:

Vette Vis

Het eten van omega-3 vetzuren, zoals in vette vis, verkleint de kans op sporadische (niet erfelijke) ALS. Dit blijkt uit onderzoek van het ALS Centrum en is ook een van de resultaten van een jarenlang prospectief Amerikaans onderzoek.

Groenten

De laatste resultaten van het EuroMOTOR project van ALS Centrum Nederland en ALS centra in Ierland en Italië laat zien dat het eten van veel groenten het risico op het krijgen van ALS verkleint.

Koffie

In Italië is gevonden dat koffie drinken beschermt tegen ALS. In deze studie kwam naar voren dat ALS-patiënten minder koffie hebben gedronken dan controlepersonen.

Blootstelling aan schadelijke stoffen

Het ALS Centrum doet binnen de PAN-studie onderzoek naar blootstelling aan schadelijke stoffen als risicofactor voor ALS. Hierbij wordt een breed scala aan schadelijke stoffen onderzocht.

Uitlaatgassen

De laatste resultaten van het EuroMOTOR project van ALS Centrum Nederland en ALS centra in Ierland en Italië laat zien dat veelvuldige blootstelling aan uitlaatgassen het risico op ALS verhoogt.

Pesticide

Recent hebben Amerikaanse onderzoekers in een eerste studie gevonden dat blootstelling aan pesticide mogelijk een risicofactor voor ALS zou kunnen zijn. Dit was een relatief kleine studie. Replicatie van deze bevindingen in een nieuw onderzoek is daarom nodig.

Lood

Een Amerikaanse onderzoeksgroep heeft gevonden dat blootstelling aan lood een rol speelt bij het ontwikkelen van ALS. Ook het ALS Centrum Nederland doet onderzoek naar vele schadelijke stoffen als risicofactor voor ALS, waaronder lood als risicofactor.

Electromagnetische straling

Het ALS Centrum heeft onderzocht of blootstelling aan elektromagnetische straling in de woonomgeving door hoogspanningslijnen in de buurt van de woning een oorzaak is voor het ontstaan van ALS. Eerder is gesuggereerd dat blootstelling aan elektromagnetische straling in beroepen, zoals bij elektriciens, een risicofactor zou kunnen vormen voor ALS. In de studie van het ALS Centrum is vastgesteld dat blootstelling aan deze straling vanuit de woonomgeving geen verhoogd risico op ALS geeft.

Vrouwelijke geslachtshormonen

Ook heeft het ALS Centrum onderzocht of de blootstelling aan vrouwelijke geslachtshormonen een rol speelt bij de ontwikkeling van ALS. Dit is onderzocht omdat in verschillende epidemiologische studies naar voren is gekomen dat ALS bij mannen meer voorkomt dan bij vrouwen. Het ALS Centrum heeft gevonden dat het risico op ALS vermindert als de menopauze later intreedt. De langere vruchtbare periode is ook geassocieerd met een langere overleving van ALS-patiënten. De conclusie is dat langere blootstelling aan natuurlijke vrouwelijke geslachtshormonen (door een langere vruchtbare periode) een beschermend effect heeft op de motorische zenuwcellen. De laatste resultaten van het EuroMOTOR project van ALS Centrum Nederland en ALS centra in Ierland en Italië laat zien dat het gebruik van anticonceptie voor vrouwen het risico op ALS lijkt te verkleinen.

Lichamelijke inspanning

Er is een verband gevonden tussen het krijgen van ALS en veel bewegen in de vrije tijd. Daarentegen is er geen verband gevonden tussen het krijgen van ALS bij inspanning tijdens werk of extreem zware inspanningen, zoals het lopen van een marathon of het schaatsen van de Elfstedentocht. De conclusie is dat niet het sporten/bewegen op zichzelf een risicofactor is voor ALS, maar dat mensen die genetisch een aanleg hebben voor veel sporten/bewegen meer kans hebben op het ontwikkelen van ALS.

Een Italiaanse onderzoeksgroep heeft onderzoek gedaan naar het veelvuldig voorkomen van ALS bij Italiaanse voetbalspelers. Het is onduidelijk waarom er meer ALS voorkomt in deze groep mensen, maar er worden verschillende mogelijke oorzaken genoemd. Zo zouden meerdere (hoofd) trauma’s (zoals een hersenschudding), een hogere inspanning of bepaalde voedingssupplementen of niet stereoide-ontstekingsremmers een rol spelen.

Leeftijd ouders

Daarnaast hebben onderzoekers van het ALS Centrum onderzocht of de leeftijd van de ouders bij de geboorte van kinderen invloed heeft op het krijgen van ALS. Er werd geen verschil gevonden in de leeftijd van de ouders van ALS-patiënten in vergelijking met controlepersonen.

Ziektes in de familie

Uit de gegevens van de database van het ALS centrum komt naar voren dat in de familie van ALS-patiënten iets meer dementie voorkomt dan bij controlepersonen. Er is geen verschil tussen ALS-patiënten en controlepersonen in het aantal familieleden met Parkinson. Wel komen er in de families van ALS-patiënten minder hartinfarcten en herseninfarcten voor.

Eerdere aandoeningen

Het ALS Centrum onderzocht recent of het hebben of gehad hebben van bepaalde ziektes of aandoeningen meer kans op ALS geven. Hiervoor vergeleken ze een grote groep ALS-patiënten met controlepersonen. De onderzoekers concludeerden dat patiënten met ALS een gezonder cholesterolgehalte hebben in vergelijking met controlepersonen en dat dit mogelijk te maken heeft met een veranderde stofwisseling. Een gezonder cholesterol gehalte is dus niet perse een risicofactor, maar eerder een aanknopingspunt voor verder onderzoek.

Hoofdtrauma

Hoofdletsel, zoals een hersenschudding, werd wel gevonden als risicofactor voor ALS. Een Italiaanse onderzoeksgroep waar het ALS Centrum veel mee samenwerkt heeft ook gevonden dat ernstige trauma’s en meerder trauma’s vanaf de leeftijd van 10 jaar, zoals een ongeluk waarvoor de Eerste hulp is bezocht, een risicofactor zijn voor het krijgen van ALS.

Overig

Guam

Hoewel de incidentie over de gehele wereld ongeveer gelijk is, zijn er in de West Pacific drie regio’s waar veel meer ALS-patiënten wonen dan in de rest van de wereld. De grootste van deze drie regio’s is het eiland Guam. Op dit eiland komt een ziekte met de symptomen van ALS gecombineerd met Parkinson en Alzheimer. Het voorkomen van de ziekte wordt in dat gebied in relatie gebracht met het eten van zaden waarin β-methylamino-L-alanine (BMAA) zit, maar die relatie is nog niet onomstotelijk vastgesteld. De twee andere gebieden zijn West Papua en de Kii Peninsula in Japan.

Militairen

In Amerika is onderzoek gedaan naar het vóórkomen van ALS bij Golf-Oorlogveteranen. Er is gebleken dat in deze groep vaker ALS voorkomt dan bij de rest van de bevolking en vaker dan bij andere militairen die niet in de Golfoorlog zijn geweest. Er zijn nog geen oorzaken gevonden voor dit verschil, er wordt onder andere onderzoek gedaan naar blootstelling aan schadelijke stoffen bij deze militairen.

Doe mee aan ALS onderzoek

Het onderzoek naar risicofactoren voor ALS, PLS en PSMA kunnen we alleen goed doen als zoveel mogelijk mensen met deze ziektes ons helpen door de vragenlijsten in te vullen. Bent u ALS, PLS of PSMA-patiënt en heeft u de vragenlijsten nog niet ingevuld of heeft u nog geen bloed afgestaan voor ALS onderzoek? Meld u dan nu aan voor het ALS onderzoek of bel Hermieneke Vergunst, onderzoeksassistent van het ALS Centrum Nederland op 088-7555887.

Drs. Anne Visser
  • arts-onderzoeker, UMC Utrecht

Ik doe onderzoek naar de omgevingsfactoren die invloed hebben op het ontstaan van ALS.

Heeft u feedback op dit artikel? Laat het ons weten.