Epidemiologisch onderzoek naar risicofactoren voor ALS

Laatst bijgewerkt op 6 maart 2017

ALS Centrum Nederland doet epidemiologisch onderzoek om risicofactoren voor ALS te vinden. We proberen uit te zoeken wie er door ALS getroffen wordt en welke factoren in de leefstijl en omgeving daarbij een rol spelen, zoals blootstelling aan schadelijke stoffen en eetgewoonten. Tot nu toe zijn er maar twee risicofactoren herhaaldelijk in wetenschappelijk onderzoek bevestigd: Roken verhoogt het risico op ALS en het eten van vette vis verkleint het risico op ALS. Bovendien komt ALS vaker voor bij mannen en op hogere leeftijd, wat aanknopingspunten kan geven over mogelijke oorzaken.

Risicofactoren zijn genetische aanleg (DNA) en leefstijl- en omgevingsfactoren

Het risico voor ALS is waarschijnlijk een samenspel tussen erfelijke aanleg en leefstijl- en omgevingsfactoren. Het onderzoek van het ALS Centrum is er op gericht om elk van deze risicofactoren te vinden. Image source: UK genetics centre

Het ALS Centrum heeft een grote doorlopende studie naar risicofactoren: de prospectieve ALS-studie Nederland (PAN-studie). Deze studie is gestart op 1 januari 2006 en loopt door zo lang de oorzaak van ALS nog onduidelijk is. Het doel van de studie is om de risicofactoren in de omgeving en leefstijl voor ALS, PLS en PSMA te vinden. Zowel voeding, leefstijl (zoals beweging), blootstelling aan schadelijke stoffen en interactie met genetische aanleg worden onderzocht. Deze informatie wordt van zowel patiënten als van gezonde controlepersonen verzameld. Met behulp van alle ingevulde vragenlijsten hebben onderzoekers al veel analyses gedaan. Hieronder ziet u een overzicht van de resultaten van de PAN studie en bevindingen van andere onderzoeken wereldwijd.

Roken

Er is aangetoond dat roken een risicofactor is voor ALS. Uit resultaten van de PAN-studie bleek dat rokers een verhoogd risico op ALS hebben. Ook werd gevonden dat roken de levensduur van ALS-patiënten verkort. Roken is ook in meerdere internationale studies bevestigd als risicofactor voor ALS.

Alcohol

In de PAN-studie in een grote groep ALS-patiënten komt ook naar voren dat alcoholconsumptie risico verlagend is. Het (matig) gebruik van alcohol zou de kans om ALS te krijgen verkleinen. Deze bevinding wordt in internationale studies nader onderzocht.

Voeding

 

Vette Vis

Het eten van omega-3 vetzuren, zoals in vette vis, verkleint de kans op sporadische (niet erfelijke) ALS. Dit blijkt uit onderzoek van het ALS Centrum en is ook een van de resultaten van een jarenlang prospectief Amerikaans onderzoek.

Groenten

De laatste resultaten van het EuroMOTOR project van ALS Centrum Nederland en ALS centra in Ierland en Italië laat zien dat het eten van veel groenten het risico op het krijgen van ALS verkleint.

Cafeïne-houdende dranken

Uit resultaten van een grootschalige Amerikaanse studie blijkt dat er geen relatie is tussen het drinken van cafeïne-houdende dranken en het risico op ALS. Hierbij is gekeken naar het drinken van koffie, thee en frisdranken met cafeïne.

Blootstelling aan schadelijke stoffen

Het ALS Centrum doet onderzoek naar blootstelling aan schadelijke stoffen als risicofactor voor ALS. Hierbij wordt een breed scala aan schadelijke stoffen onderzocht.

Uitlaatgassen

Binnen het EuroMOTOR project van het ALS Centrum Nederland en ALS onderzoekscentra in Ierland en Italië is gekeken naar veelvuldige blootstelling aan uitlaatgassen en het risico op ALS. De voorlopige resultaten wijzen op een verhoogd risico, maar dit onderzoek loopt nog.

Pesticiden

Amerikaanse onderzoekers hebben in 2013 alle studies naar pesticideblootstelling en ALS vergeleken in een systematische review. Zij concludeerden dat blootstelling aan pesticiden mogelijk het risico op ALS verhoogt. Organische chloorverbindingen in insecticiden leken daarbij de grootste invloed te hebben. Dit type insecticide werd voornamelijk gebruikt in de jaren ‘40 tot ‘70 van de vorige eeuw.

Metalen 

Blootstelling aan zware metalen wordt al langere tijd geopperd als risicofactor voor ALS. Ook lood wordt genoemd, maar tot nu toe zonder eenduidig bewijs. Het ALS Centrum Nederland doet momenteel onderzoek naar lood als risicofactor voor ALS.

Oplosmiddelen 

Verschillende studies in Amerika hebben gevonden dat blootstelling aan formaldehyde mogelijk het risico op ALS verhoogt. Het ALS Centrum gaat ook formaldehyde als risicofactor onderzoeken.

Electromagnetische straling

Het ALS Centrum heeft onderzocht of blootstelling aan elektromagnetische straling in de woonomgeving door hoogspanningslijnen in de buurt van de woning een oorzaak is voor het ontstaan van ALS. Eerder is gesuggereerd dat blootstelling aan elektromagnetische straling in beroepen, zoals bij elektriciens, een risicofactor zou kunnen vormen voor ALS. In de studie van het ALS Centrum is vastgesteld dat blootstelling aan deze straling vanuit de woonomgeving geen verhoogd risico op ALS geeft.

Vrouwelijke geslachtshormonen

Het ALS Centrum heeft onderzocht of de blootstelling aan vrouwelijke geslachtshormonen een rol speelt bij de ontwikkeling van ALS. Dit is onderzocht omdat ALS meer voorkomt bij mannen dan bij vrouwen. Het ALS Centrum heeft gevonden dat het risico op ALS vermindert als de menopauze later intreedt. De langere vruchtbare periode is ook geassocieerd met een langere overleving van ALS-patiënten. De conclusie is dat langere blootstelling aan natuurlijke vrouwelijke geslachtshormonen (door een langere vruchtbare periode) een beschermend effect heeft op de motorische zenuwcellen. De laatste resultaten van het EuroMOTOR project van het ALS Centrum Nederland en ALS onderzoekscentra in Ierland en Italië laat zien dat het gebruik van anticonceptie het risico op ALS lijkt te verkleinen bij vrouwen.

Lichamelijke inspanning

Er is een verband gevonden tussen het krijgen van ALS en veel bewegen in de vrije tijd. Daarentegen is er geen verband gevonden tussen het krijgen van ALS bij inspanning tijdens werk of extreem zware inspanningen, zoals het lopen van een marathon of het schaatsen van de Elfstedentocht. De conclusie is dat niet het sporten/bewegen op zichzelf een risicofactor is voor ALS, maar dat mensen die genetisch een aanleg hebben voor veel sporten/bewegen meer kans hebben op het ontwikkelen van ALS.

Leeftijd ouders

Daarnaast hebben onderzoekers van het ALS Centrum onderzocht of de leeftijd van de ouders bij de geboorte van kinderen invloed heeft op het krijgen van ALS. In de PAN-studie werd geen verschil gevonden in de leeftijd van de ouders van ALS-patiënten in vergelijking met controlepersonen.

Ziektes in de familie

Uit de gegevens van de database van het ALS centrum komt naar voren dat in de familie van ALS-patiënten iets vaker dementie voorkomt dan bij controlepersonen. Er is geen verschil tussen ALS-patiënten en controlepersonen in het aantal familieleden met Parkinson. Wel komen er in de families van ALS-patiënten minder hartinfarcten en herseninfarcten voor.

Eerdere aandoeningen

Het ALS Centrum onderzoekt momenteel of er een relatie bestaat tussen ALS en het hebben of gehad hebben van andere ziektes of aandoeningen. Hiervoor wordt een grote groep ALS-patiënten vergeleken met gezonde controlepersonen. Al wel is gevonden dat patiënten met ALS een gezonder (lager) cholesterolgehalte hebben in vergelijking met controlepersonen en dat dit mogelijk te maken heeft met een veranderde stofwisseling. Een gezonder cholesterolgehalte is dus niet perse een risicofactor, maar eerder een aanknopingspunt voor verder onderzoek.

Hoofdletsel, zoals een hersenschudding, werd ook gevonden als risicofactor voor ALS. Een Italiaanse onderzoeksgroep waar het ALS Centrum veel mee samenwerkt heeft ook gevonden dat ernstig letsel aan het hoofd (trauma’s en meerder trauma’s vanaf de leeftijd van 10 jaar, zoals een ongeluk waarvoor de Eerste hulp is bezocht) mogelijk een risicofactor zijn voor het krijgen van ALS. Dit zal in andere studies nader moeten worden bekeken.

Overig

Guam

Hoewel ALS over de gehele wereld ongeveer evenveel voorkomt, zijn er in de West Pacific drie regio’s waar veel meer ALS-patiënten wonen dan in de rest van de wereld. De grootste van deze drie regio’s is het eiland Guam. Op dit eiland komt een ziekte met de symptomen van ALS gecombineerd met Parkinson en Alzheimer. Het voorkomen van de ziekte wordt in dat gebied in relatie gebracht met het eten van zaden waarin β-methylamino-L-alanine (BMAA) zit, maar die relatie is nog niet onomstotelijk vastgesteld. De twee andere gebieden zijn West Papua en de Kii Peninsula in Japan.

Militairen

In Amerika is onderzoek gedaan naar het vóórkomen van ALS bij militairen. Als eerste werd beschreven dat ALS vaker voorkomt onder Golfoorlogveteranen dan bij de rest van de bevolking en vaker dan bij andere militairen die niet naar de Golfoorlog uitgezonden zijn geweest. Een latere studie onder Amerikaanse militairen concludeerde ook dat ALS vaker voorkomt onder militairen, maar dat was niet beperkt tot de eerste Golfoorlog. Zij concludeerden dat militairen mogelijk vaker zijn blootgesteld aan schadelijke stoffen zoals insecticiden, lood, chemicaliën, of dat ze vaker ernstig letsel of infecties hebben gehad of meer fysiek actief zijn. Naar deze mogelijke verklaringen wordt nader onderzoek gedaan.

Voetballers

Een Italiaanse onderzoeksgroep heeft onderzoek gedaan naar het veelvuldig voorkomen van ALS bij Italiaanse voetbalspelers. Het is onduidelijk waarom er meer ALS voorkomt in deze groep mensen, maar er worden verschillende mogelijke oorzaken genoemd. Zo zouden meerdere (hoofd) trauma’s (zoals een hersenschudding), een hogere inspanning of bepaalde voedingssupplementen of niet-steroïde-ontstekingsremmers een rol spelen.

Doe mee aan ALS onderzoek

Het onderzoek naar risicofactoren voor ALS, PLS en PSMA kunnen we alleen goed doen als zoveel mogelijk mensen met deze ziektes ons helpen door de vragenlijsten in te vullen. Bent u ALS, PLS of PSMA-patiënt en heeft u de vragenlijsten nog niet ingevuld of heeft u nog geen bloed afgestaan voor ALS onderzoek? Meld u dan nu aan voor het ALS onderzoek of bel Hermieneke Vergunst, onderzoeksassistent van het ALS Centrum Nederland op 088-7555887.

Drs. Anne Visser
  • arts-onderzoeker, UMC Utrecht

Ik doe onderzoek naar de omgevingsfactoren die invloed hebben op het ontstaan van ALS.

Heeft u feedback op dit artikel? Laat het ons weten.