Genetisch onderzoek bij het ALS Centrum

Laatst bijgewerkt op 4 november 2016

Het ALS Centrum doet wetenschappelijk onderzoek naar veranderingen (mutaties) in genen die een verhoogd risico op ALS, PSMA of PLS kunnen geven. Meer kennis over de genetische basis van deze motorneuron ziektes geeft aanwijzingen voor het vinden van een behandeling voor ALS.

Patiënten met ALS, PSMA of PLS kunnen meedoen aan het genetisch onderzoek door zich op te geven voor de PAN-studie. Bij deelname aan wetenschappelijk onderzoek naar de genetische basis van ALS, PSMA en PLS krijgen patiënten en familieleden geen persoonlijke uitslag over of zij een afwijking (mutatie) in een gen hebben.

Gen-omgevingsinteractie

Sporadische ALS, PSMA en PLS kunnen we niet volledig verklaren vanuit het DNA. Ook omgevingsfactoren hebben invloed op het ontstaan van deze ziektes. Al veel mensen hebben voor de Prospectieve ALS Studie Nederland (de PAN-studie) uitgebreide vragenlijsten ingevuld om deze omgevingsfactoren in kaart te brengen. Ook hebben de deelnemers bloed gegeven om genetisch materiaal te kunnen verzamelen. Dit heeft een grote hoeveelheid informatie opgeleverd. De komende tijd wordt onderzocht of bepaalde genen en omgevingsfactoren elkaar beïnvloeden. Dit wordt gen-omgevingsinteractie genoemd. Hierdoor hopen we een beter beeld te krijgen wat de oorzaken zijn van ALS, PSMA en PLS.

Tweelingenstudie

Eeneiige tweelingen hebben in principe hetzelfde erfelijk materiaal en zijn daardoor zeer waardevol voor veel medisch onderzoek. Soms blijken er toch minimale verschillen te zijn in het DNA van tweelingen, mogelijk door fouten in het kopiëren van het DNA vroeg in de ontwikkeling.

De afgelopen jaren heeft het ALS centrum in Nederland en in heel Europa bloed en gegevens over omgevingsfactoren verzameld van eeneiige tweelingen waarvan er één ALS, PSMA of PLS heeft en de ander niet. Bij deze tweelingen kijken we naar verschillen in het DNA tussen de patiënt en de gezonde broer of zus. Eeneiige tweelingen waarvan er één ALS, PSMA of PLS heeft, kunnen zich aanmelden door een email te sturen naar h.vergunst@umcutrecht.nl.

Lees meer over het tweelingenonderzoek (project iTwin).

Oligogenetica

Wanneer een ziekte veroorzaakt wordt door afwijkingen in meer dan één gen, noemen we dit een oligogenetische oorzaak. ALS Centrum Nederland heeft ontdekt dat enkele patiënten met familiaire ALS afwijkingen hebben in meer dan één ALS-geassocieerd gen. Deze bevinding is erg belangrijk voor de interpretatie van ‘whole genome sequencing’ (het in kaart brengen van het hele DNA) waarmee gezocht wordt naar nieuwe ALS-geassocieerde genen en voor de begeleiding bij erfelijkheidsvraagstukken bij niet-aangedane familieleden.

Lees hier de samenvatting van de publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift Human Molecular Genetics.

Project MinE

Project MinE is een grootschalig grensverleggend onderzoek naar de oorzaak van ALS. Over de precieze oorzaak van ALS is nog maar weinig bekend. Het is wel duidelijk dat ALS een genetische basis heeft. Nieuwe revolutionaire technologie maakt het nu mogelijk het gehele DNA profiel (genoom) van mensen te onderzoeken (zogenaamde ‘whole genome sequencing’). Project MinE wil deze nieuwe techniek benutten voor ALS: het verzamelen van genetische data (‘genomen’) van mensen met ALS en controlepersonen om te ‘graven’ (‘mining’) in die data naar genetische factoren die de ziekte (mede) veroorzaken. Het doel is een concreet aanknopingspunt te vinden voor nieuwe behandelingen.

Genetisch onderzoek naar familiaire ALS

In ongeveer 10 procent van de patiënten met ALS komt de ziekte in de familie voor en wordt deze veroorzaakt door veranderingen in genetisch materiaal. Men spreekt dan van familiaire ALS. In ongeveer de helft van deze Nederlandse families met ALS kan de precieze genetische oorzaak nog niet worden aangetoond.

Onderzoekers van het ALS Centrum nemen bij patiënten met familiaire ALS bloed af en brengen vervolgens de gehele genetisch code in beeld. Om te kijken welke mutaties (dit zijn veranderingen in het DNA) bij deze patiënten misschien ALS veroorzaken, worden de mutaties van patiënten met familiaire ALS vergeleken met de genetische code van hun gezonde familieleden. Deze zoektocht is zeer arbeidsintensief, maar wordt steeds eenvoudiger naarmate er meer vergelijkingsmateriaal is. Met andere woorden: hoe meer patiënten én hun gezonde familieleden meedoen aan het onderzoek, des te groter de kans op het vinden van de genetische oorzaak. Lees meer over het onderzoek naar familiaire ALS.

Onderzoek bij patiënt en ouder(s)

De oorzaak van niet-familiare (sporadische) ALS is nog grotendeels onbekend. Wel zijn er de laatste jaren variaties in het DNA gevonden die de kans op de ziekte vergroten. Omdat iedereen DNA ontvangt via beide ouders is in theorie de helft van het DNA van de vader en de helft van de moeder. In de praktijk blijkt echter dat er soms fouten gemaakt worden bij het kopiëren van het DNA van de ouders. Zo ontstaan kleine verschillen met het DNA van de ouders. Deze foutjes (mutaties) in het kopiëren kunnen mogelijk verklaren waarom sommige mensen ALS krijgen en hun familieleden niet. Bij 20 patiënten en hun beide ouders is bloed afgenomen om te kijken waar deze fouten zich bevinden.

Het DNA van deze patiënten en hun ouders wordt is in kaart gebracht door middel van ‘whole genome sequencing’. Dit is een nieuwe methode om het gehele DNA te kunnen bekijken. Dit betreft heel veel data (ongeveer 50 terabyte) die nu wordt en geanalyseerd. In de toekomst willen we dit onderzoek bij meer patiënten en ouders uitvoeren. Daarom blijven we op zoek naar patiënten van wie de ouders nog in leven zijn en willen deelnemen aan dit onderzoek. Patiënten die meer informatie willen over het Patiënt en ouders onderzoek kunnen dit vrijblijvend aangeven op het aanmeldformulier.

Drs. Gijs Tazelaar
  • arts-onderzoeker, UMC Utrecht

Ik doe onderzoek naar de genetische oorzaken van ALS en de overerving van familiaire ALS.

Heeft u feedback op dit artikel? Laat het ons weten.