Lood risicofactor voor ALS?

Laatst bijgewerkt op 1 juni 2016

ALS Centrum Nederland doet onderzoek naar schadelijke stoffen die mogelijk verband zouden kunnen houden met het risico op ALS. In dit webartikel bespreken we het onderzoek naar lood en ALS. 

Lopend onderzoek naar ALS en lood van het ALS Centrum

In de doorlopende PAN-studie doet het ALS Centrum op de volgende manieren onderzoek naar lood:

  1. We nodigen alle ALS-patiënten uit om vragenlijsten in te vullen. Hierin vragen we onder andere naar welk werk ze hebben gedaan en waar ze hebben gewoond. Op basis van welk werk ze voor hoeveel jaren hebben gedaan bepalen wij m.b.v. tabellen in welke mate de patiënt aan schadelijke stoffen, waaronder lood, heeft blootgestaan. Ook gezonde controlepersonen vullen deze vragenlijsten in en ook voor hen rekenen we uit in hoeverre zij aan schadelijke stoffen hebben blootgestaan. Door de blootstelling van ALS-patiënten en controlepersonen te vergelijken vinden we de schadelijke stoffen die gerelateerd zijn aan ALS.
  2. We kijken samen met het IRAS (Institute for Risk Assessment Studies) naar metingen uit een grootschalig bevolkingsonderzoek waar patiënten aan hebben meegedaan voordat zij ALS kregen. Op deze manier kunnen de lood concentraties voorafgaand aan de diagnose worden onderzocht. Als blootstelling aan lood een risicofactor voor ALS is dan zou te verwachten zijn dat de concentratie in het bloed voorafgaand aan de diagnose verhoogd is. Bovendien kan door al deze bloedsamples te onderzoeken prospectief worden gekeken welk percentage van de mensen met een verhoogde lood concentratie ziek wordt. Op deze manier kan worden onderzocht of lood echt een risicofactor is. Ook veel andere risicofactoren worden binnen deze PAN-studie onderzocht, zoals blootstelling aan andere schadelijke stoffen.

Via www.als-centrum.nl houden wij u op de hoogte zodra er nieuwe studieresultaten zijn van deze studie of van internationale collega onderzoekers.

Deelname aan het onderzoek

Voor dit onderzoek is het van het grootste belang dat zoveel mogelijk patiënten met ALS, PLS en PSMA meedoen! Hoe meer patiënten meedoen hoe beter en betrouwbaarder de resultaten zijn. Lees meer over deelname of meld u meteen aan.

Afgeronde wetenschappelijke studies naar ALS en lood

Blootstelling aan zware metalen, inclusief lood, wordt al langere tijd geopperd als risico factor voor ALS. Tientallen jaren geleden was dit slechts gebaseerd op case reports, later werd dit aangevuld met epidemiologische studies. Het nadeel van de betreffende studies is dat deze veelal gebaseerd zijn op retrospectief onderzoek, waarbij bij ALS-patiënten wordt gekeken naar de blootstelling aan lood in het verleden. Idealiter zouden alle mensen met blootstelling aan een schadelijke stof worden opgevolgd (prospectief onderzoek), zodat een volledig beeld wordt verkregen van of zij ziekteverschijnselen ontwikkelen. Prospectief onderzoek is echter nog niet verricht. Bovendien beperken de meeste van deze onderzoeken zich tot het bestuderen van beroepsgerelateerde blootstelling. Verder zijn er studies gedaan naar concentraties van lood in het menselijk lichaam: in bloed, hersenvocht, bot en spier. Het is echter de vraag of deze studies representatief zijn voor de intensiteit of duur van de blootstelling. Een andere vorm van onderzoek is kijken naar de incidentie in verschillende regio’s in relatie tot de bron van loodblootstelling, bijvoorbeeld een fabriek waarin wordt gewerkt met lood.

Het is uit wetenschappelijk onderzoek nog niet duidelijk is of blootstelling aan lood een risicofactor is voor ALS.

Internationale overzichtsstudie

In 2014 verscheen een meta-analyse die toonde dat beroepsgerelateerde blootstelling het risico op ALS verhoogt [1]. Studies waarin werd gekeken naar ‘ooit/nooit’ blootstelling in het beroep dat ALS patiënten en controles uitoefenden zijn in deze meta-analyse gebundeld om een hoge mate van bewijsvoering te bereiken. Uit de meta-analyse kwam naar voren dat het risico om ALS te ontwikkelen bij personen die worden blootgesteld aan lood, 1,81 maal hoger is dan personen die in hun beroep nooit aan lood zijn blootgesteld.

Het is belangrijk een aantal kanttekeningen te plaatsen bij deze meta-analyse. In de eerste plaats dat de observatie van een verhoogd risico op ALS slechts aangeeft dat blootstelling aan lood in het beroep geassocieerd is met ALS, en dus niets zegt over de causaliteit. Bovendien zou er meer observationeel onderzoek gedaan moeten worden, waarin het geslacht en de leeftijd in de analyse worden meegenomen om het risico nog beter te kunnen bepalen. In de tweede plaats worden de bevindingen in de meta-analyse met name gedreven door case-control studies. Een nadeel van dit type studies is dat er sprake kan zijn van zogenaamde ‘recall bias’. Dat wil zeggen dat een patiënt zich historische gebeurtenissen en blootstellingen beter herinnert in vergelijking met een controlepersoon. Het gevolg hiervan is risico-overschatting. In de derde plaats moet voor ogen worden gehouden in de meta-analyse geen studies zijn meegenomen waarin gekeken is naar de mate van blootstelling aan lood in de omgeving. In conclusie zijn er dus een aantal zwakke punten in het onderzoek naar ALS en lood dat tot nu toe is gedaan, waardoor het nog niet duidelijk is of blootstelling aan lood echt een risicofactor is voor ALS. Daarom heeft het ALS Centrum Nederland in de al vanaf 2006 lopende PAN-studie een duidelijke focus op schadelijke stoffen, zoals lood.

Referenties

  1. Wang MD, Gomes J, Cashman NR et al. A Meta-Analysis of Observational Studies of the Association Between Chronic Occupational Exposure to Lead and Amyotrophic Lateral Sclerosis. JOEM 2014;56:1235-1242.
Drs. Anne Visser
  • arts-onderzoeker, UMC Utrecht

Ik doe onderzoek naar de omgevingsfactoren die invloed hebben op het ontstaan van ALS.

Heeft u feedback op dit artikel? Laat het ons weten.