Angst en paniek

Laatst bijgewerkt op 8 april 2019

Na het horen van de diagnose kan er bij een ALS-patiënt paniek ontstaan en angst voor de gevolgen van de ziekte. Angst kan echter ook ontstaan door fysieke problemen, zoals een verminderde ademhaling.

Soms gebeurt het dat patiënten, na het horen van de diagnose, erg angstig worden of een paniekgevoel krijgen. Het slechte nieuws en de onzekerheid over het verloop kan een heftige reactie geven. Het wordt afgeraden om de eerste weken na het krijgen van de diagnose, grote beslissingen te nemen. Je bent dan niet in staat evenwichtige beslissingen te nemen. Gevoelens van angst en paniek kunnen ook voorkomen in de eindfase van de ziekte, wanneer het overlijden dichterbij komt. Er is dan angst voor de dood, angst voor de laatste fase of angst voor stikken.

Angst kan ook een symptoom zijn van een verminderde ademhaling (hypoventilatie).

Het is verstandig de angst te bespreken met de huisarts of revalidatiearts. Soms is een gesprek en het samen bedenken van oplossingen voldoende om te voorkomen dat de angst het leven beheerst. Ook kan geestelijke begeleiding bij het (leren) omgaan met ALS een oplossing zijn.

Soms is het nodig de angst te behandelen met medicatie. Dit kan met behulp van benzodiazepinen of diazepam. Ook amitriptyline is te overwegen, zeker als er sprake is van slaapproblemen en/of speekselvloed. Dit medicijn kan bij deze klachten helpen.

Lees ook andere webartikelen van het ALS Centrum:

Marthe Eussen
  • verpleegkundig specialist, UMC Utrecht

Als verpleegkundig specialist coördineer en begeleid ik de diagnostiek rond ALS, PLS en PSMA. Daarnaast houd ik mij bezig met deskundigheidsbevordering van zorgverleners en vervul ik een consultatiefunctie voor patiënten en hulpverleners.

Heeft u feedback op dit artikel? Laat het ons weten.