De laatste resultaten van ALS onderzoek – Update voor artsen

Laatst bijgewerkt op 18 april 2019

De ‘Prospectieve ALS studie Nederland’ (PAN), welke in 2006 van start is gegaan, wordt uitgevoerd door het ALS Centrum Nederland, dat gevestigd is in het  UMC Utrecht en het AMC.

Het onderzoek

Door middel van de PAN willen wij genen en omgevingsfactoren onderzoeken die ten grondslag kunnen liggen aan het ontstaan en het beloop van ALS. Momenteel nemen al bijna 2200 patiënten deel aan dit onderzoek.

Laatste resultaten epidemiologisch onderzoek

In de afgelopen periode hebben we onder andere onderzoek gedaan naar de tijd tussen het moment van eerste symptomen en het stellen van de diagnose. In 2003 werd het ALS Centrum Nederland opgericht. Eén van de doelen van de oprichting van het ALS Centrum was het terugbrengen van deze tijdsduur, zodat patiënten eerder duidelijkheid krijgen over de diagnose en eventuele interventies eerder gepland kunnen worden. We zijn dit nagegaan door de periode van 2003 tot en met 2012 op te delen in twee periodes van 5 jaar. De gemiddelde tijd tot diagnose tussen beide periodes hebben we vergeleken. In de periode van 2008 tot en met 2012 werden er significant meer patiënten gediagnosticeerd binnen 12 maanden in vergelijking met de periode 2003 tot en met 2007. Dit zijn mooie resultaten, maar ons doel blijft vooralsnog om de zorg voor ALS-patiënten en de snelheid van diagnosticeren in de toekomst nog verder te verbeteren.

In 2013 hebben we tevens de reeds verzamelde data vanuit de PAN studie aan kunnen vullen met historische adresgegevens vanuit de gemeentelijke basisadministratie. Hiervoor werd een uitgebreide procedure bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties doorlopen. De verkregen adresgegevens hebben we in samenwerking met het Institute for Risk Assessment Sciences kunnen geocoderen. Hiermee is het nu mogelijk om deze geolokaties (adresgegevens) te koppelen aan gedetailleerde kaarten van Nederland met daarop verschillende omgevingsfactoren. Zo hebben we kunnen kijken naar de blootstelling aan electromagnetische straling afkomstig van hoogspanningslijnen. De woonafstand tot aan de hoogspanningslijnen is gecorreleerd aan de mate van blootstelling aan electromagnetische straling. In ons onderzoek hebben we geen verhoogde blootstelling aan electromagnetische straling vanuit de woonomgeving onder ALS-patiënten kunnen vaststellen. In de komende tijd hopen we ook te kunnen kijken of luchtvervuiling en pesticiden een verhoogd risico op ALS kunnen geven.

Laatste resultaten genetisch onderzoek

Al enkele jaren geleden bleek uit genoomwijde associatie studies die door het ALS Centrum Nederland geïnitieerd waren dat genetische polymorfismen op chromosoom 9 het risico op ALS verhogen. Waardoor dit precies werd veroorzaakt is lang een raadsel gebleven, maar in september 2011 werd in Neuron gepubliceerd over een intronische hexanucleotide repeat expansie in het C9orf72 gen. Deze repeat expansie is vele malen langer (tot 600 repeats) dan repeat expansies in bijvoorbeeld de ziekte van Huntington en heeft geen aminozuur verandering tot gevolg waardoor deze moeilijk te vinden was. Ook in de Nederlandse families waar ALS familiair voorkomt wordt de afwijking in ongeveer 36% van de families gevonden en is hiermee de belangrijkste oorzaak van familiaire ALS in Nederland. Met deze bevinding kan nu in ongeveer 60% van de patiënten met familiaire ALS het genetisch defect worden aangetoond. De repeat expansie veroorzaakt ook frontotemporale dementie en wordt ook gezien in patiënten met sporadische ALS (zonder een positieve familieanamnese) en bij PSMA en PLS. Wat precies de functie is van C9orf72 en hoe de repeat expansie precies tot ALS leidt is nog onbekend, maar wordt momenteel door verschillende onderzoeksgroepen wereldwijd onderzocht.

De C9orf72 repeat expansie is de causale variant die de link legt tussen ALS en FTD, maar afgelopen jaar werd er doorgezocht naar aanvullend bewijs voor een gedeelde genetische basis tussen ALS en FTD. In een genoomwijde associatie studie vonden onderzoekers van het ALS Centrum, op basis van 4.377 patiënten, 14.431 controles en 435 pathologie bevestigde FTD patiënten, nieuwe genetische varianten in het C9orf72 gen, maar ook in het UNC13A gen. Dit gen is betrokken bij de uitstoot van neurotransmitters en daardoor bij de biochemische communicatie tussen neuronen. Tevens leidt het tot structurele veranderingen in de bestaande neuronale netwerken.

Daarnaast is in het afgelopen jaar door onderzoekers van het ALS centrum de vermeende associatie tussen ALS en MS weerlegd op basis van vragenlijstonderzoek, waarbij tevens werd gekeken naar C9orf72 repeat expansies. In de literatuur werd gesuggereerd dat 80% van de ALS-MS patiënten een repeat expansie zou hebben. Beiden werden door de onderzoekers van het ALS Centrum niet bevestigd in een studiepopulatie van 810 ALS-patiënten: de gevonden MS incidentie van 0.25% bleek niet hoger dan verwacht. De twee ALS- patiënten met MS comorbiditeit bleken geen repeat expansie in het C9orf72 gen te hebben.

Europese samenwerking

In juni 2012 is een nieuw groot Europees samenwerkingsproject gestart genaamd SOPHIA. Het UMC Utrecht is coördinator van dit project, daarnaast zijn er 14 andere partners uit heel Europa bij het project betrokken. Het doel van het project is om het creëeren van een gezamenlijke europese strategie om het biomarkeronderzoek te optimaliseren en harmoniseren, zodat iedere partner uiteindelijk baat kan hebben bij de uniform verzamelde data. Dit project is in lijn met andere europese samenwerkingsverbanden en deze hebben als einddoel tot een model van de ziekte te komen op basis van genetische, expressie, metabole en eiwitdata, geïntegreerd met de vragenlijstgegevens. Er is een gezamenlijke database opgezet waarin alle data en resultaten op een gestructureerde werkwijze verzameld worden. Hierdoor is de onderzoekspopulatie veel groter geworden en dit vergroot de betrouwbaarheid van de resultaten.

Daarnaast wordt er op dit moment werk verzet op het gebied van genomics, proteomics, transcriptomics en metabolomics en worden er diermodellen ontwikkeld voor ALS en de bestaande diermodellen geoptimaliseerd.

Patiënten aanmelden

Nieuwe deelnemers aan de PAN studie blijven nodig om andere omgevingsfactoren en genen te onderzoeken. We willen namelijk ook graag onderzoeken wat de interactie is tussen genetische factoren en omgevingsfactoren.

Alle patiënten met amyotrofische laterale sclerose (ALS), primaire laterale sclerose (PLS), progressieve spinale spieratrofie (PSMA) of pseudobulbaire verlamming (PBP) mogen meedoen. Om betrouwbare resultaten te verkrijgen, streven we naar deelname van álle patiënten aan dit onderzoek.

Wij willen u daarom vragen al uw patiënten met ALS, PLS, PSMA of PBP aan te melden.

Patiënten die deelnemen aan het onderzoek wordt gevraagd eenmalig twee vragenlijsten in te vullen en eenmalig bloed af te staan. Beide onderdelen van het onderzoek worden bij de patiënt thuis uitgevoerd. Ook als patiënten liever geen vragenlijst invullen of bloed afstaan, kunnen zij deelnemen aan de PAN. Wij zullen patiënten dan alleen registreren in onze database t.b.v. incidentie/prevalentie schattingen.

Drs. Adriaan de Jongh
  • arts-onderzoeker, UMC Utrecht

Ik doe onderzoek naar omgevingsfactoren die bijdragen aan het ontstaan van ALS.

Heeft u feedback op dit artikel? Laat het ons weten.