Erfelijkheid en ALS

Laatst bijgewerkt op 18 juni 2019

Kijkend naar erfelijkheid en ALS zijn er grofweg twee vormen: de familiaire vorm en de sporadische, niet-familiaire vorm. Familiaire ALS is meestal wel erfelijk, sporadische ALS is dat in de meeste gevallen (circa 90 %) niet.

Klachten en verschijnselen zijn bij beide vormen vergelijkbaar. De beste manier om onderscheid te maken, is het in kaart brengen van de familiegeschiedenis (stamboomonderzoek). Hierbij wordt nagegaan of er familieleden zijn die de diagnose ALS of FTD (frontotemporale dementie) hebben gekregen of dat er familieleden zijn met progressieve spierzwakte.

  • ALS in een familiaire vorm komt bij minder dan 10 procent van de patiënten voor. Men spreekt van familiaire ALS als twee of meer mensen in de familie ALS hebben.
  • Ongeveer 90 procent van de patiënten met ALS heeft een zogenaamde sporadische vorm. Hierbij zijn er geen familieleden met de diagnose ALS.

DNA-onderzoek bij ALS

Familiaire ALS wordt veroorzaakt door een afwijking in een of meer ALS-genen. Op dit moment kan bij meer dan de helft (ongeveer 60%) van de patiënten met familiaire ALS een afwijking in een van de nu bekende ALS-genen worden aangetoond. Voor de andere 40 procent van patiënten met familiaire ALS is nog onbekend welke DNA-afwijking in welk gen ALS veroorzaakt. Dankzij wetenschappelijk onderzoek worden nog steeds nieuwe ALS-genen gevonden.

We leren steeds meer. Zo blijkt ook bij zo’n 10 procent van de patiënten met sporadische ALS een DNA-afwijking aantoonbaar te zijn. Het gaat hierbij meestal om het C9orf72-gen.

De volgende ALS-genen zijn tot nu toe bekend: SOD1, C9orf72, TARDBP (TDP43), FUS, VAPB, ANG, ATXN2, VCP, UBQLN2, OPTN, CHMP2B, NEK1, KIF5a, TUBA4a, TBK1, SQSTM1, SETX, ALSin, SIGMAR1 SPG11, hnNRPA1, hnNRPA2B1, MATR3, CHCHD10, DCTN1  en PFN1.

 

Genetische oorzaak familaire ALS in Nederland

Genetische oorzaken van familaire ALS in Nederland

Overerving van familiaire ALS

Bij erfelijke ALS is er bijna altijd autosomaal dominante overerving. Hierbij heeft één van de ouders een afwijking in een ALS-gen. Ieder kind heeft dan 50 procent kans om de DNA-afwijking te hebben geërfd. Als de afwijking in het ALS-gen aanwezig is, is er een verhoogde kans om ALS te krijgen.

autosomale overerving dragerschap

Bij familiaire ALS is bijna altijd sprake van een autosomaal dominante overerving

Er zijn nog twee andere vormen van overerving bij ALS : autosomaal recessief en geslachtsgebonden (X-gebonden). Deze vormen komen weinig voor. Meer informatie vindt u op deze webpagina van het Erfocentrum over ALS.

DNA-diagnostiek voor patiënten

ALS-patiënten die DNA-onderzoek willen laten doen, kunnen een afspraak maken bij hun neuroloog. Voor uitgebreide informatie over erfelijkheid en ALS en om te bespreken of een genetische test gewenst is, kunnen patiënten een afspraak maken bij de afdeling Genetica. (UMC Utrecht of AMC).

Bij familiaire ALS kunnen het C9orf72 en de meeste andere bekende ALS-genen worden onderzocht. Tot voor kort werd genetische diagnostiek niet gedaan bij patiënten met sporadische ALS. Resultaten van nieuwe studies zijn aanleiding dit te veranderen. Wetenschappelijk onderzoek laat namelijk zien dat ook 8 procent van de patiënten met sporadische ALS een belangrijke DNA-verandering in het C9orf72-gen heeft. Het is onzeker of deze genafwijking de ziekte direct veroorzaakt, maar wel duidelijk dat die een grote rol speelt.

Voor DNA-diagnostiek wordt bloed afgenomen. In het laboratorium wordt het DNA uit het bloed onderzocht op de aanwezigheid van veranderingen in ALS-genen. Het duurt ongeveer 2 tot 4 maanden voordat u de uitslag krijgt. Deze uitslag krijgt u via uw neuroloog.

DNA-diagnostiek bij familieleden

Bij ALS is nog geen preventieve behandeling mogelijk. Het testen van gezonde familieleden (presymptomatisch testen) zoals broers, zussen en kinderen heeft daarom relatief weinig voordeel. Soms willen familieleden van ALS-patiënten toch weten of zij een verhoogde kans op ALS hebben. Zij kunnen voor erfelijkheidsadvisering en -onderzoek een afspraak maken bij de afdeling Genetica (UMC Utrecht of AMC). Het is de keuze van het familielid zelf of hij/zij DNA-onderzoek wil laten doen. De klinisch geneticus bespreekt met u alle mogelijke gevolgen van DNA-diagnostiek en kan helpen om de voor- en nadelen ervan op een rijtje te zetten.

De afweging om DNA-diagnostiek te laten verrichten is voor gezonde familielieden vaak complex. Bij familiaire ALS met een erfelijke oorzaak kan een kinderwens een belangrijke reden zijn voor DNA-onderzoek, vanwege mogelijkheden als embryoselectie (PGD).

Bij familiaire ALS waarbij de patiënt een ziekteveroorzakende afwijking heeft in C9orf72 of een ander bekend ALS-gen, is het mogelijk om daar ook bij familieleden DNA-onderzoek naar te doen. Heeft een gezond familielid de DNA-afwijking? Dan is de kans op ALS of FTD hoger dan voor de gemiddelde Nederlander. Op dit moment is het precieze risico nog niet duidelijk. Op basis van de genetische test is het dus niet zeker of iemand ALS of FTD krijgt en ook niet op welke leeftijd. Bij een deel van de dragers is dit na het 75ste levensjaar.

Informatiebrief

Informatiebrief genetische diagnostiek bij ALS 

Meedoen aan wetenschappelijk onderzoek?

Het ALS Centrum doet wetenschappelijk onderzoek, onder andere naar de genetische basis van ALS. Kennis over mutaties in genen die een verhoogd risico op ALS geven, levert aanwijzingen op voor het vinden van een behandeling. Patiënten kunnen zich aanmelden voor het ALS-onderzoek. Bij deelname krijgen patiënten en familieleden niet te horen of zij een afwijking (mutatie) in een ALS-gen hebben.

DNA en genen

DNA is het erfelijk materiaal dat in iedere cel van ons lichaam zit. Ons DNA bevat de code waarin al onze erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd: hoe we eruit zien, maar ook de aanleg voor sommige ziektes. Een mens heeft zo’n 20.000 genen. Als in één van deze genen een afwijking (mutatie) zit, kan dit leiden tot een erfelijke aandoening. Er zijn inmiddels meer dan twintig ALS-genen bekend: een afwijking (mutatie) op zo’n gen geeft een verhoogd risico op ALS.

Een gen is een stukje afgebakend DNA. Bron afbeelding Erfocentrum

Heeft u vragen? Neem contact met ons op.

Drs. Wouter van Rheenen
  • arts-onderzoeker, UMC Utrecht

Ik onderzoek genetische risicofactoren voor ALS en analyseer gen-expressie profielen van ALS-patiënten.

Heeft u feedback op dit artikel? Laat het ons weten.