Toiletgang en incontinentie

Laatst bijgewerkt op 12 maart 2018

Een ALS-patiënt wordt over het algemeen niet incontinent. De sluitspier van de blaas en van de darm blijven functioneren. Toch ervaren veel mensen met ALS problemen met de toiletgang.

Door spierzwakte in de benen of armen is het moeilijk snel bij het toilet te komen of de kleding te ordenen en toiletpapier te gebruiken. Ook kan het zijn dat hulp nodig is bij de toiletgang die niet altijd direct aanwezig is. Bij sommige ALS-patiënten is er sprake van fasciculaties of spiertrekkingen in het bekkengebied. Dit kan de blaas irriteren en leiden tot drang om te plassen. Ook kan het ongemakkelijk zijn om op het toilet te zitten door de verminderde bilspiermassa.

Een PLS-patiënt kan urge-klachten hebben ofwel aandrangincontinentie.

Als de toiletgang moeite kost, geeft dit angst voor ‘ongelukjes’. Veel patiënten zijn dan geneigd om minder te gaan drinken wat kan leiden tot uitdroging. Dit kan verdikking van het speeksel en obstipatie geven.

Veilig naar de wc blijven gaan

Door toenemende beperkingen kan het lastiger zijn om het toilet te bereiken. Door verminderde rompbalans kan het bovendien zijn dat iemand met ALS, PSMA of PLS niet comfortabel op toilet zit. Bespreek dan mogelijkheden voor hulpmiddelen met de ergotherapeut van het ALS behandelteam.

Als mensen onregelmatig of laat naar toilet gaan door toenemende beperkingen kan dit het risico op blaasontstekingen verhogen. Ook slecht toiletritme of niet goed uitplassen geeft een verhoogd risico op blaasontsteking. De revalidatiearts, ergotherapeut of verpleegkundige van het ALS behandelteam bespreekt met u welke hulp er nodig is van thuiszorg of mantelzorgers.

Daarnaast is het een afweging hoeveel energie de toiletgang kost. In incidentele gevallen kiezen patiënten om deze reden voor een suprapubische katheter en/of een stoma. Lees ook een patiëntverhaal over de keuze voor een stoma.

Behandeling van incontinentie

Het is belangrijk dat de patiënt de vochtinname niet vermindert vanwege zorgen over hoe en wanneer hij/zij kan plassen. Deze zorg kan minder worden door regelmatig, gepland toiletbezoek te organiseren. Gemakkelijke kleding, incontinentiemateriaal en uritips of condoomkatheters voor mannen vinden sommige patiënten prettig, zeker bij bezoeken buitenshuis. Sommige patiënten gebruiken een blaaskatheter zodat de zorg thuis eenvoudiger te organiseren is. Een blaaskatheter kan ook tijdelijk ingebracht worden bij bv. uitgaan of vliegreis.

Bij urge-incontinentie of aandrangincontinentie bij PLS kan medicatie (anticholinergica) soms helpen.

Gebruik van een blaaskatheter (verblijfskatheter) kan een risico geven op blaasontsteking. Goede hygiëne en veel drinken kunnen helpen om dit te voorkomen. Lees meer over een blaasontsteking en bekijk het filmpje over wat te doen bij klachten op thuisarts.nl, de website van de NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap).

Dit artikel is tot stand gekomen met dank aan Herma Veldsink, arts-ondersteuner revalidatiecentrum Blixembosch, Eindhoven.

Drs. Esther Kruitwagen
  • Coordinator voor implementatie innovatie in zorgnetwerk, ALS zorgnetwerk nederland en ALS zorg team, UMC Utrecht

Ik ben revalidatiearts in het ALS behandelteam van het UMC Utrecht en doe onderzoek naar kwaliteit van zorg en kwaliteit van leven van patiënten.

Heeft u feedback op dit artikel? Laat het ons weten.