Informatiebrief genetische diagnostiek bij ALS

Laatst bijgewerkt op 4 september 2018

In ongeveer 10 procent van de patiënten met ALS komt de ziekte in de familie voor. Dat wil zeggen dat er in het erfelijk materiaal, het DNA, een afwijking zit die de ziekte kan veroorzaken. Een afwijking in het C9orf72-gen is de meest voorkomende oorzaak van familiaire ALS. Ook bij 8% van de patiënten met sporadische ALS komt een mutatie in dit gen voor. Daarom kunnen alle ALS-patiënten nu een genetische test aanvragen bij hun neuroloog. 

Er zijn ongeveer 30 ALS-genen bekend, waarbij een mutatie op dat gen het risico op ALS aanzienlijk verhoogt. Meer dan de helft van de patiënten met familiaire ALS heeft een bekende mutatie die de ziekte veroorzaakt, zoals in het SOD1, ANG, VAPB, FUS, TARDBP of het C9orf72 gen. Een afwijking in C9orf72 is in Nederland de vaakst voorkomende genetische oorzaak van familiaire ALS.

Echter, ook bij 8% van de patiënten met sporadische ALS is een afwijking in het C9orf72-gen gevonden. Daarom is het nu voor alle ALS-patiënten mogelijk om bij hun neuroloog een genetische test aan te vragen.

Informatiebrief DNA diagnostiek bij ALS

Familiaire ALS

Genetische oorzaak familaire ALS in Nederland

Genetische oorzaak familaire ALS in Nederland

Bij familiaire ALS is bijna altijd sprake van een autosomaal dominante overerving. Bij deze vorm van overerving heeft één van de ouders een afwijkend ALS-gen en heeft elk kind 50 procent kans om drager te zijn van dit afwijkende ALS-gen. Kinderen hebben dus ook 50 procent kans om het afwijkende ALS-gen niet te hebben geërfd. De kans om ALS te krijgen (penetrantie) ligt bij een mutatie op het C9orf72-gen rond de 80%, maar het precieze percentage is nog onbekend. Dit kan op elke leeftijd zijn en deze leeftijd van onset kan binnen een familie verschillen. Er is vooralsnog geen verschil gevonden in symptomen of de progressie van ALS op basis van het type mutatie.

autosomale overerving dragerschap

Autosomaal dominante overerving van het dragerschap van een ALS-gen zoals C9orf72

Sporadische ALS is een multifactoriële ziekte

Bij sporadische ALS gaat het om een wisselwerking tussen genetische aanleg, omgevingsfactoren en leefstijlfactoren. Over de genetische factoren is nog weinig bekend. Deze genetische oorzaken zoeken wereldwijd samenwerkende onderzoekers in Project MinE, het baanbrekende genetische onderzoek naar ALS. Het project draait om het verzamelen van genetische data van ALS-patiënten en controlepersonen en het “graven” (mining) in en vergelijken van die data om de genetische oorzaak van ALS te vinden. Inmiddels zijn binnen project MinE 4 nieuwe ALS-genen gevonden (TUBA4A, TBK1, NEK1 en C21orf2).

Genetische diagnostiek

Voor ALS-patiënten waarbij ALS of het gerelateerde FTD (Frontotemporale dementie) in de familie bekend is, is sinds lange tijd genetische diagnostiek beschikbaar. Genetische diagnostiek werd tot recent bij sporadische ALS-patiënten niet gedaan. Naar aanleiding van recente resultaten biedt het ALS Centrum nu ook genetische diagnostiek aan alle ALS-patiënten. Wetenschappelijk onderzoek heeft namelijk aangetoond dat ook 10% van de sporadische ALS-patiënten een belangrijke DNA verandering heeft in het C9orf72-gen. Het is onzeker of deze genafwijking direct de ziekte veroorzaakt, maar het is wel duidelijk dat het een grote rol speelt.

ALS-patiënten die een genetische test willen aanvragen, kunnen een afspraak maken voor een (telefonisch) consult bij hun neuroloog. Voor uitgebreide informatie over eventuele erfelijkheid van ALS en om te bespreken of een genetische test gewenst is, kunnen patiënten een afspraak maken bij de afdeling Medische Genetica van een universitair medisch centrum (UMC Utrecht of AMC).

Genetische diagnostiek bij familieleden van patiënten

Soms willen familieleden van ALS-patiënten weten of voor hen een verhoogde kans geldt om de afwijking in het C9orf72-gen te hebben. Mocht een gezond familielid drager zijn van een afwijking in het C9orf72-gen dan is de kans op ALS of FTD hoger dan voor de gemiddelde Nederlander. Op dit moment kunnen we het risico nog niet exact schatten. In elk geval is het niet zeker dat een drager ook werkelijk ALS of FTD krijgt. Familieleden van ALS-patiënten kunnen met een verwijzing van hun (huis)arts een afspraak maken voor erfelijkheidsadvisering bij de afdeling Medische Genetica (UMC Utrecht of AMC).

Bij familiaire ALS waarbij de ALS-patiënt in de familie drager was van een ander ALS-gen is DNA-diagnostiek hierop bij familieleden mogelijk. Bij minder dan de helft van de patiënten met familiaire ALS is het oorzakelijke gen echter (nog) niet bekend en kan er dus ook geen DNA-diagnostiek bij familieleden plaatsvinden.

De klinisch geneticus bespreekt alle mogelijke gevolgen van DNA-diagnostiek. Omdat bij ALS vooralsnog geen preventieve behandeling mogelijk is, heeft testen van gezonde familieleden, zoals broers, zussen en kinderen, (presymptomatisch testen) relatief weinig voordeel.

Prof. dr. Jan Veldink
  • neuroloog en hoogleraar human neurogenetics, UMC Utrecht

Ik zie wekelijks patiënten die verdacht worden van ALS, PLS of PSMA en die voor een definitieve diagnose worden doorverwezen. Binnen het onderzoek richt ik mij vooral op de neurogenetica: het vinden van genen die ten grondslag liggen aan neurologische aandoeningen, in het bijzonder ALS.

Heeft u feedback op dit artikel? Laat het ons weten.