Benauwdheid door laryngospasmen

Laatst bijgewerkt op 21 maart 2018

Sommige patiënten hebben acute benauwdheid en het gevoel dat ze gaan stikken. Dan kan er sprake zijn van een laryngospasme: een plotselinge verkramping van de spieren van de stembanden.

Acute benauwdheid bij ALS kan veroorzaakt worden door een taaie slijmplug die de luchtpijp geheel of gedeeltelijk kan afsluiten. Iemand wordt dan benauwd, en gaat hoesten. De Heimlich manoeuvre helpt dan vaak goed. Bij sommige patiënten is er echter iets anders aan de hand.

Voortdurend hoesten en gevoelens van verstikking kunnen veroorzaakt worden door spasmen van de spieren van de stembanden of door verlamming van de spieren die de stembanden openen. Er kan sprake zijn van een plotselinge afsluiting ter hoogte van de stembanden door spasticiteit van de sluitspieren van de stembanden. Dit is dan een aanval van laryngospasme. Sommige mensen hebben geen spasmen, maar zwakte van de openers van de stembanden. Als er dan veel slijm is, kan dat een afsluiting geven.

Klachten die ALS-patiënten ervaren

Er ontstaat een plotselinge aanval van ademnood: met een piepende ademhaling (ook wel stridor genoemd), bij onbekendheid gevolgd door angst en paniek. De aanval duurt meestal maar enkele seconden, maar kan door angst en paniek langer duren.

Vaak hebben deze patiënten al eerder symptomen die op spasmen wijzen. Zij snurken s’nachts, met een hogere en hardere toon. Maar ook heesheid, verminderde stemgeving, een droge hoest en aanvallen van kortademigheid kunnen symptomen zijn. De logopedist en revalidatiearts van het ALS behandelteam moeten alert zijn op deze klachten en kan bij twijfel verwijzen naar een KNO-arts. Een KNO-arts kan met een laryngoscoop, een flexibele camera, in de keel kijken en zien hoe de stembanden reageren.

Laryngospasmen zijn een symptoom die bij ALS voorkomt in een bepaalde periode, maar vaak ook vanzelf weer verdwijnt. Als de patiënt begrijpt wat er gebeurt en tips heeft gekregen over hoe ermee om te gaan, wordt de aanval vaak korter. Voorlichting van een logopedist met ervaring kan daar helpend bij zijn.

Bekijk ook een Engelstalig filmje met uitleg over wat er precies gebeurt bij een laryngospasme en met beelden van de stembanden. Hierin wordt via een scoop getoond wat er gebeurt met de stemplooien bij een spasme.

Triggers

Mogelijke triggers die de spasmen op kunnen wekken zijn:

  • Houdingsverandering of verkeerde houding waardoor er te snel slijm in de keel terechtkomt.
  • Hoge adem, gespannen schoudergebied.
  • Praten en de mate van inspanning waarmee dit gepaard gaat.
  • Eten, verslikken van speeksel of broodkruimels die in de luchtpijp blijven steken.
  • Medicatie, intoxicatie (roken/ zoutrijk voedsel).
  • Refluxklachten, zuurbranden uit de maag.

Behandeling

De behandeling bestaat uit:

  1. Het vermijden of verminderen van de bovenstaande triggers.
  2. Bij aanval zittende houding aannemen, rust proberen te houden, ontspannen door aandacht naar de buikademhaling te brengen.
  3. Tijdens de aanval zuurstof via masker geven, voor korte tijd. Als iemand merkt dat hij lucht krijgt, is het makkelijker om rustig te blijven. De revalidatiearts kan zuurstof voorschrijven.
  4. In geval van refluxklachten kunnen deze behandeld worden met bijvoorbeeld omeprazol.

De aanvallen kunnen levensbedreigend zijn. Het is van groot belang dat iemand met klachten in een vroege fase verwezen wordt naar een KNO-arts, gevolgd door een overleg  tussen de huisarts, de revalidatiearts en de KNO-arts. De KNO-arts kijkt of er een verhoogde kans is op deze aanvallen.

Als er sprake is van zwakte van de openers van de stembanden, moet er gesproken worden over de mogelijkheid van een tracheacanule. Een tracheacanule is een buisje in de keel, dat ervoor zorgt dat er altijd een luchtopening aanwezig is. Dit heeft echter nogal wat consequenties voor de verzorging. Met een tracheacanule moet er altijd iemand in de buurt zijn, die de canule kan verzorgen.

Conclusie

Het is van groot belang dat bij patiënten met klachten rond de mond/ keelregio (bulbaire klachten) doorgevraagd wordt naar de volgende symptomen: Snurken met een hoger en hardere toon, heesheid, verminderde stemgeving, een droge hoest en aanvallen van kortademigheid.

Wat te doen op het moment van het laryngospasme

In bovenstaand filmpje ziet u wat u als mantelzorger of hulpverlener kunt doen om de patiënt te begeleiden bij acute benauwdheid door een laryngospasme.

– Stimuleer de ALS-patiënt rustig te blijven (blijf zelf ook rustig) en het strottenhoofd te laten ontspannen. Manieren om het strottenhoofd te laten ontspannen zijn het aannemen van een gaaphouding: de mond open, de tong ontspannen en laag in de mond en de keel geopend.

– De ademhaling van een patiënt met een laryngospasme is, mede door de opgebouwde spanning, meestal hoog. Probeer daarom de adem tot rust te brengen door je hand op de buik van de patiënt te leggen en de ademhaling rustig te krijgen. Doe mee met de in- en uitademing. Tel rustig mee: 2 tellen in en 3 tellen uit.

– Tijdens de aanval kan korte tijd zuurstof worden toegediend. Als de ALS-patiënt lucht krijgt, is het namelijk makkelijker om rustig te blijven. De revalidatiearts kan zuurstof voorschrijven.

Dit filmpje is onderdeel van de e-cursus ‘Verslikken bij ALS’ van het ALS Centrum Nederland. Volg deze e-cursus om uw kennis over slikproblemen bij te spijkeren.

Carine Roos
  • logopedist, UMC Utrecht

Ik ben logopedist bij het ALS behandelteam van het UMC Utrecht. Binnen het project ALS Kennisplatform van ALS Centrum Nederland ontwikkel ik e-cursussen voor zorgverleners en geef ik trainingen voor thuiszorgmedewerkers.

Heeft u feedback op dit artikel? Laat het ons weten.