Voedingssonde

Laatst bijgewerkt op 21 maart 2018

Veel ALS-patiënten krijgen problemen met het kauwen en slikken door zwakte van de spieren in het mond-keelgebied. Hierdoor gaat het eten en drinken moeilijk en kan de patiënt afvallen. Gewichtsverlies verslechtert echter de prognose bij ALS. Een voedingssonde kan in deze situatie uitkomst bieden.

Door de sonde wordt sondevoeding gegeven, waardoor het gemakkelijker is om op voldoende calorieën binnen te krijgen en op gewicht te blijven. Mensen met ALS/PSMA mogen daarnaast zelf ook blijven eten. Het betekent dus niet het einde van het ‘genieten van eten’. In de eerste periode na het plaatsen van een sonde is een combinatie van ‘gewone’ voeding en sondevoeding gebruikelijk. Wanneer de slikproblemen toenemen neemt de hoeveelheid ‘gewone’ voeding af en de hoeveelheid sondevoeding toe.

Met een voedingssonde kunt u ook gewoon blijven eten en drinken.

Een voedingssonde is een flexibel slangetje dat via de neus en slokdarm naar de maag gaat of via de buikwand rechtstreeks in de maag ligt. Via de voedingssonde wordt vloeibare voeding en/of vocht toegediend. Meestal is dit kunstmatige voeding, ook wel sondevoeding genoemd. Ook vloeibare of opgeloste medicijnen kunnen door de sonde.

Porties

Bij ALS is de voorkeur om de voeding via de voedingssondes in porties te geven met een spuit. Mocht dit problemen opleveren, dan is er de mogelijkheid om de voeding langzamer toe te dienen door de voeding met een pomp in de sonde te druppelen.

Soorten voedingssondes

Er bestaan veel soorten voedingssondes. Bij ALS-patiënten is de PEG-sonde of PRG-sonde de meest gebruikte. Soms wordt ook een neussonde gebruikt. De PEG-sondes geven over het algemeen na plaatsing minder problemen dan de PRG-sondes. Een PEG-sonde heeft daarom meestal de voorkeur bij een goede ademhalingsfunctie. De plaatsing van de PEG-sonde wordt soms als vervelend ervaren. Laat u goed informeren over de mogelijkheden.

Wanneer een voedingssonde?

Het ALS behandelteam monitort het lichaamsgewicht van de patiënt met ALS of PSMA. Als het gewicht afneemt, bespreekt de revalidatiearts van het ALS behandelteam dit met de patiënt. Een voedingssonde wordt aanbevolen na een gewichtsverlies van 10% ten opzichte van het gewicht van voor de aanvang van de ziekte. Vanaf een gewichtsverlies van slechts 5% kan de revalidatiearts de mogelijkheid voor een voedingssonde al met u bespreken. Dat is omdat gewichtsverlies het ziekteverloop bij ALS kan versnellen. Afvallen is bij ALS dus zeker geen goed teken.

Een moeilijk besluit

Voor veel ALS-patiënten is het laten plaatsen van een PEG-sonde of PRG-sonde een moeilijk besluit. Vaak gaat er een periode aan vooraf van overleg met naasten en het ALS-behandelteam. De sonde tast de integriteit van het lichaam aan en de wetenschap dat deze sonde het verdere leven nodig is, maakt dat de patiënt tijd nodig heeft om te komen tot dit besluit. De meeste patiënten geven aan geen spijt te hebben van dit besluit. Het gemak van voeding via de sonde weegt ruim op tegen de energie, tijd en spanning die het kostte om zelf te eten.

De eventuele keuze voor een voedingssonde kan afhankelijk zijn van de longfunctiewaarden. Vraag uw revalidatiearts om meer informatie.

Kim Holtmaat MSc.
  • verpleegkundig specialist, UMC Utrecht

Als verpleegkundig specialist coördineer en begeleid ik de diagnostiek rond ALS, PLS en PSMA. Daarnaast houd ik mij bezig met deskundigheidsbevordering van zorgverleners en vervul ik een consultatiefunctie voor patiënten en hulpverleners.

Heeft u feedback op dit artikel? Laat het ons weten.